ECLI:NL:CRVB:2009:BH4126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen en niet verstrekken van informatie
Appellant ontving vanaf december 2005 een bijstandsuitkering. Hij verscheen niet op een verplichte cursus en een daaropvolgend gesprek, en was telefonisch onbereikbaar. Het College schortte de uitkering op en bood appellant een herstelmogelijkheid, die hij niet benutte. Vervolgens trok het College de bijstand met terugwerkende kracht in per 6 februari 2006.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking wegens schending van het hoorrecht, omdat appellant niet was uitgenodigd voor een tweede hoorzitting. Toch liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant in beroep voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt naar voren te brengen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant niet in zijn belangen was geschaad omdat hij ruimschoots gelegenheid had gekregen zijn standpunt schriftelijk en mondeling toe te lichten. Bovendien bleek uit het paspoort van appellant dat hij zich tijdens de procedure waarschijnlijk in Marokko bevond zonder het College daarvan op de hoogte te stellen.
De Raad concludeerde dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, vierde lid, van de WWB. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 6 februari 2006 wordt bevestigd.