ECLI:NL:CRVB:2009:BH4278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WWB- en IOAW-uitkering wegens procedurele tekortkomingen
Appellant ontving sinds 1997 een bijstandsuitkering op grond van de WWB en IOAW. Het College schortte de uitkeringen op en trok deze in vanwege vermeende niet-naleving van de inlichtingenplicht en inkomsten uit werkzaamheden als sportmasseur/fysiotherapeut.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens strijd met procedurele voorschriften, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit grotendeels in stand. In hoger beroep betwist appellant dit en de Raad beoordeelt de opschorting en intrekking.
De Raad oordeelt dat de opschorting terecht was, maar dat de intrekking niet rechtsgeldig is omdat de opschorting langer dan acht weken duurde en de wettelijke grondslag voor intrekking na die termijn ontbreekt. Tevens kon niet worden vastgesteld dat appellant zijn werkzaamheden voortzette. Daarom wordt het besluit vernietigd en moet het College een nieuw besluit nemen.
De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de WWB- en IOAW-uitkering wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.