ECLI:NL:CRVB:2009:BH4293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting omtrent hennepteelt
Appellant ontving bijstand sinds 1 juli 1996. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar mogelijke hennepteeltactiviteiten van appellant. Op basis van dit onderzoek trok het College de bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 25 juli 2001 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellant actief was betrokken bij hennepkwekerijen in drie specifieke perioden, maar niet onafgebroken gedurende de gehele periode van intrekking. Voor andere perioden ontbreekt voldoende feitelijke grondslag om de intrekking te rechtvaardigen.
Daarom vernietigt de Raad het besluit van 17 juli 2006, verklaart het beroep gegrond en herroept het besluit van 1 maart 2006. De bijstand wordt slechts ingetrokken over de vastgestelde perioden van actieve betrokkenheid. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De bijstand wordt ingetrokken over specifieke perioden van actieve betrokkenheid bij hennepteelt, het eerdere besluit wordt herroepen en het College wordt veroordeeld in proceskosten.