ECLI:NL:CRVB:2009:BH4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door verzwegen bankrekeningen
Appellante ontving vanaf september 1998 bijstand voor een alleenstaande. Na een signaal van de Belastingdienst dat zij naast een bekende rekening ook twee andere bankrekeningen had, waarvan één bij de Postbank met aanzienlijke saldi, trok het College de bijstand vanaf 1 januari 2001 in en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank vernietigde het besluit aanvankelijk wegens onvoldoende bewijs dat het vermogen de vermogensgrens overschreed vóór 27 april 2001, waarna het College een nieuw besluit nam met intrekking vanaf die datum. In hoger beroep heeft appellante niet kunnen aantonen dat de tegoeden niet aan haar toebehoorden maar aan haar in Iran wonende broer of diens zoon, noch dat zij er niet vrij over kon beschikken.
De Raad oordeelde dat het College terecht gebruik maakte van zijn bevoegdheid tot intrekking en terugvordering conform de WWB en dat het beleid niet onredelijk was toegepast. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens onvoldoende bewijs dat het tegoed niet aan appellante toebehoorde.