ECLI:NL:CRVB:2009:BH4377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Wijziging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Betrokkene ontving bijstand naar de norm voor gehuwden samen met [F.] tot 30 september 2004. Na beëindiging van de samenwoning ontving betrokkene bijstand als alleenstaande. Vanaf 4 oktober 2005 woonde [F.] weer bij betrokkene, waarop de gemeente de bijstand herrekende naar de gehuwdennorm.
Betrokkene had voorafgaand aan de aanvraag van [F.] aan zijn consulent gevraagd naar de gevolgen van haar inwoning voor zijn uitkering, waarbij hij was geïnformeerd dat de toeslag op zijn alleenstaandenuitkering zou worden verlaagd van 20% naar 10%. De rechtbank oordeelde dat betrokkene op deze mededeling mocht vertrouwen en verklaarde het bezwaar gegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat betrokkene niet zonder meer op deze mededeling mocht vertrouwen, mede omdat de vraag van betrokkene niet gedetailleerd bekend is en de consulent niet verplicht was alle gegevens te controleren bij een algemene vraag. De Raad bevestigt dat vanaf 4 oktober 2005 sprake is van een gezamenlijke huishouding conform artikel 3, vierde lid, WWB, waardoor bijstand naar de gehuwdennorm van toepassing is.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt berekend naar de gehuwdennorm vanaf 4 oktober 2005.