ECLI:NL:CRVB:2009:BH4396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting niet over gehele periode gegrond
Appellant ontving bijstand vanaf augustus 2000. De gemeente Delft trok de bijstand in en vorderde terug wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting, gebaseerd op financiële transacties naar de Nederlandse Antillen tussen oktober 2002 en april 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant structureel transacties verrichtte, waardoor de intrekking en terugvordering over de gehele periode terecht was. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist over het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De Raad oordeelde dat slechts in de maanden waarin daadwerkelijk transacties plaatsvonden sprake was van schending van de inlichtingenverplichting. Voor de overige maanden en de periode vanaf juli 2005 was dit niet het geval, zodat het College niet bevoegd was de bijstand over die maanden in te trekken of terug te vorderen.
De Raad vernietigde het besluit van 7 april 2006 en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij alleen de relevante maanden worden betrokken. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de gehele periode wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen waarbij alleen de relevante maanden worden betrokken.