ECLI:NL:CRVB:2009:BH4492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 19 maart 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar medische beperkingen, met name op het gebied van psychische klachten, en dat de rechtbank de medische grondslag onvoldoende had getoetst. De Raad overwoog dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad verwierp het standpunt van appellante dat de bezwaarverzekeringsarts onjuiste conclusies had getrokken uit de medische rapportages, waaronder een brief van de reumatoloog die aangaf dat de klachten afnamen. Ook werd erkend dat de angst van appellante als ziekte of gebrek werd aangemerkt en dat hiervoor beperkingen waren opgenomen in de FML.
Verder concludeerde de Raad dat de functies die voor appellante geschikt werden geacht, ondanks haar beperkingen passend waren. Appellante had onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor verdergaande beperkingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.