ECLI:NL:CRVB:2009:BH4756

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4870 ZW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond verklaring verzet wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij griffierechtbetaling

Appellant had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant maakte hiertegen verzet wegens een verschoonbare termijnoverschrijding.

Uit de stukken bleek dat appellant de acceptgiro, die op naam van zijn advocaat was gesteld, zelf had ingevuld met zijn eigen rekeningnummer. Hierdoor kwamen naam en rekeningnummer niet overeen, wat leidde tot terugzending van de betalingsopdracht door de bank.

Appellant heeft het griffierecht vervolgens spoedig opnieuw overgemaakt. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding verschoonbaar maken, verklaarde het verzet gegrond en besloot het onderzoek voort te zetten in de eerdere stand.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd voor het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

08/4870 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 juli 2008, 08/729 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 3 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 december 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. M.A. Koot, advocaat te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 heeft mr. Koot namens appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 december 2008 berust op de overwegingen dat appellant het verschuldigde griffierecht niet binnen de hem daartoe gestelde termijn heeft betaald, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
In hetgeen namens appellant in verzet naar voren is gebracht ziet de Raad voldoende aanknopingspunten om de termijnoverschrijding wel verschoonbaar te achten.
Uit de bij het verzetschrift gevoegde stukken blijkt dat appellant - zelf - binnen de hem gestelde termijn de door de Raad aan mr. Koot gezonden en op diens naam gestelde acceptgiro aan de Postbank heeft gezonden. Doordat appellant op de acceptgiro zijn eigen rekeningnummer had ingevuld, correspondeerden de op de acceptgiro vermelde naam en het rekeningnummer waarvan het bedrag moest worden afgeschreven niet met elkaar. Als gevolg daarvan heeft de Postbank de betalingsopdracht aan appellant teruggezonden.
Uit de gedingstukken blijkt verder dat appellant spoedig daarna het griffierecht opnieuw heeft overgemaakt.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.