ECLI:NL:CRVB:2009:BH4941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkering en weigering ziekengeld na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als technisch medewerker, viel in juni 1998 uit wegens hartklachten en kreeg een WAO-uitkering vastgesteld op 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na meerdere meldingen van vermeende toename van arbeidsongeschiktheid en herzieningsverzoeken, bleef de uitkering uiteindelijk onveranderd op 45-55% vastgesteld.
De rechtbank vernietigde enkele besluiten van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand vanwege onvoldoende inzichtelijke arbeidskundige onderbouwing. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige rapportages van deskundigen, waaronder internist Juttmann en oogarts Bakker, die geen toename van beperkingen constateerden. De Raad oordeelde dat de functies die appellant nog kon verrichten passend waren bij zijn belastbaarheid.
Met betrekking tot het weigeren van ziekengeld sinds september 2003 oordeelde de Raad dat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid of gelijkwaardige functies. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De beslissing werd genomen na zorgvuldige toetsing van medische dossiers en arbeidskundige rapporten, waarbij de Raad zich aansloot bij eerdere deskundigenbeoordelingen.
Uitkomst: De WAO-uitkering blijft vastgesteld op 45-55% en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.