ECLI:NL:CRVB:2009:BH5437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens langdurige ongeschiktheid na onvoldoende functioneren ambtenaar
Appellante was sinds 1984 in dienst bij de gemeente Grave en werkte vanaf 1988 parttime als medewerker informatie- en documentatiebeheer. Gedurende vele jaren ontstonden er regelmatig problemen met haar functioneren, waaronder archiveringsachterstanden en een rigide houding ten aanzien van werktijden en werkplek. Ondanks meerdere gesprekken, begeleidingstrajecten en aanwijzingen bleef zij vasthouden aan haar werkwijze, wat leidde tot onvoldoende prestaties.
In 2003 meldde appellante zich ziek, waarna zij buitengewoon verlof kreeg en haar werkzaamheden niet hervatte. Het college verleende haar in 2004 ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Raad dat het college bevoegd was tot ontslag, dat de ongeschiktheid voldoende concreet was onderbouwd en dat er geen wettelijke verplichting tot herplaatsingsonderzoek bestond.
De Raad verwierp het beroep van appellante op gebrekkig horen, falend management en het ontbreken van een herplaatsingsonderzoek. Ook de keuze van het college voor ontslag wegens ongeschiktheid in plaats van verstoorde verhoudingen werd als toereikend gemotiveerd gezien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep verworpen.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens langdurige ongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep verworpen.