ECLI:NL:CRVB:2009:BH5463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek reiskostenvergoeding na wijziging standplaats en fiscale regels
Betrokkene was werkzaam bij het CTSV en kreeg per 1 juli 1998 een gewijzigde standplaats, waardoor zijn reiskostenvergoeding werd aangepast via een overgangsregeling. Na de opheffing van het CTSV in 2002 werd hij ambtenaar bij het ministerie, waarbij de vervoersregelingen van dat ministerie van toepassing werden.
Betrokkene stelde dat de minister sinds 2004 de gewijzigde fiscale regelgeving niet correct toepaste bij de berekening van zijn reiskostenvergoeding, wat leidde tot een lagere nettovergoeding. De minister stelde dat sinds 2004 de belastingvrije vergoeding van woon-werkverkeer was verhoogd, waardoor brutering niet meer nodig was en betrokkene geen nadeel had.
De Raad overwoog dat betrokkene pas in december 2004 bezwaar maakte en dat voor de periode daarvoor geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Voor de periode na november 2004 is de regeling correct toegepast, waarbij de vergelijking wordt gemaakt met de situatie in 1998 en de fiscale regels van 2004 en volgende jaren. De brutering kan achterwege blijven indien de vergoeding onbelast is.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.