ECLI:NL:CRVB:2009:BH6094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks WSW-indicatie
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, mede op basis van rapportages waarin zij werd aangemerkt als behorend tot de WSW-doelgroep. De Raad overwoog dat de medische gegevens geen aanknopingspunten boden voor een hogere mate van beperkingen dan vastgesteld door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsartsen.
De Raad benadrukte dat de criteria voor een WSW-indicatie verschillen van die bij een WAO-beoordeling en dat het vaststellen van een WSW-indicatie ruim twee jaar later niet betekent dat functies op de vrije arbeidsmarkt destijds buiten bereik lagen. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de geselecteerde functies passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct was vastgesteld.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.