ECLI:NL:CRVB:2009:BH6098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over herziening WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering
Appellante ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2005 trok het UWV deze uitkering in na een beoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij niet arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar en gaf aan dat haar klachten waren toegenomen, onder meer door een operatie in april 2006.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellante niet had onderschat maar verklaarde het beroep gegrond vanwege aanvullende rapporten die pas in hoger beroep werden ingediend. In hoger beroep stelde appellante dat zij vanaf 22 februari 2006 weer arbeidsongeschikt was en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar doorlopende arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeert dat het UWV geen onderzoek heeft gedaan naar mogelijke doorlopende arbeidsongeschiktheid en dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Daarom vernietigt de Raad zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.