ECLI:NL:CRVB:2009:BH6135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto IOAW-uitkering na aantreffen hennepkwekerij
Appellante ontving sinds maart 2001 een uitkering op grond van de IOAW. Na het aantreffen van een hennepkwekerij in haar woning in maart 2005, werd haar uitkering over de periode 1 januari tot en met 31 maart 2005 ingetrokken en teruggevorderd. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen vorderde het bruto bedrag van €1.821,21 terug.
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering, met name tegen het feit dat het College het bruto bedrag terugvorderde terwijl zij de uitkering netto had ontvangen. De Raad oordeelde dat de wet (artikelen 25 en 31 IOAW) bepaalt dat de terugvordering bruto moet plaatsvinden, zodat het College niet bevoegd is de terugvordering te beperken tot het netto bedrag.
Verder stelde appellante dat het College door de lange duur van de procedure het vertrouwen had gewekt dat de terugvordering zou worden afgezien. De Raad vond echter dat geen sprake was van een schriftelijke en ongeclausuleerde toezegging die dit vertrouwen rechtvaardigde. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de bruto IOAW-uitkering over januari tot maart 2005 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.