ECLI:NL:CRVB:2009:BH6137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep langdurigheidstoeslag 2005
Appellant had een aanvraag ingediend voor de langdurigheidstoeslag over 2005, die aanvankelijk door het College werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een ononderbroken laag inkomen gedurende 60 maanden.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd appellant alsnog de toeslag toegekend met het voordeel van de twijfel. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep niet-ontvankelijk omdat het voordeel van de twijfel geen rechtsgevolg heeft.
In hoger beroep betoogde appellant dat het belang van de zaak ligt in het voorkomen dat het College zijn onduidelijke inkomenssituatie uit 2002-2004 in toekomstige procedures tegen hem zou gebruiken. De Raad oordeelde dat het College inmiddels volledig tegemoet is gekomen aan het verzoek en dat het College deze onduidelijkheid niet zal tegenwerpen bij latere aanvragen.
Daarom is er geen actueel en relevant procesbelang en is het hoger beroep niet ontvankelijk. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.