ECLI:NL:CRVB:2009:BH6201
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep door termijnoverschrijding griffierecht
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken was voldaan.
Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend. Tijdens de zitting verschenen partijen niet. De Raad overweegt dat het griffierecht te laat is betaald en dat appellant geen verschoonbare reden heeft gegeven voor deze termijnoverschrijding. Het feit dat de bewindvoerder de brief met de termijn pas later aan appellant heeft overhandigd, is voor risico van appellant.
De Raad benadrukt dat zij geen beleidsvrijheid heeft in deze kwestie en dat de wet dwingend voorschrijft dat bij onverschoonbare termijnoverschrijding het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ook het argument dat appellant onevenredig zwaar wordt getroffen, wordt verworpen.
Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep door onverschoonbare termijnoverschrijding van het griffierecht.