Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH6201

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3217 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep door termijnoverschrijding griffierecht

Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken was voldaan.

Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend. Tijdens de zitting verschenen partijen niet. De Raad overweegt dat het griffierecht te laat is betaald en dat appellant geen verschoonbare reden heeft gegeven voor deze termijnoverschrijding. Het feit dat de bewindvoerder de brief met de termijn pas later aan appellant heeft overhandigd, is voor risico van appellant.

De Raad benadrukt dat zij geen beleidsvrijheid heeft in deze kwestie en dat de wet dwingend voorschrijft dat bij onverschoonbare termijnoverschrijding het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ook het argument dat appellant onevenredig zwaar wordt getroffen, wordt verworpen.

Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep door onverschoonbare termijnoverschrijding van het griffierecht.

Uitspraak

08/3217 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 24 april 2008, 07/1589, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 21 oktober 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat te Heerlen, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 februari 2009, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 14 juli 2008 - nader - gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht te laat is betaald. In hetgeen appellant in verzet heeft aangevoerd is geen grond gelegen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Dat de bewindvoerder die de post van appellant ontvangt de brief van 14 juli 2008 eerst op 19 augustus 2008 aan appellant ter hand heeft gesteld, komt voor rekening en risico van appellant. Het verzoek van appellant aan de Raad om af te wijken van zijn “beleid” miskent dat de Raad hier geen beleidsvrijheid heeft. De wet schrijft immers - dwingend - voor dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard als sprake is van onverschoonbare termijnoverschrijding. Hetzelfde geldt voor het betoog dat appellant onevenredig zwaar in zijn belang wordt getroffen door de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M.B. de Gooijer.
BvW