Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH6209

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4786 WW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding griffierecht in hoger beroep UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante maakte hiertegen verzet wegens verblijf in het buitenland en een computerstoring bij haar bank.

De Raad oordeelde dat de betaling pas twee dagen na de uiterste termijn was bijgeschreven en dat appellante redelijkerwijs in verzuim was. Het verblijf in het buitenland en de computerstoring werden niet als verschoonbare omstandigheden erkend, omdat appellante de correspondentie kort na terugkeer had kunnen openen en betalen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 9 maart 2009.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het griffierecht.

Uitspraak

08/4786 WW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 juni 2008, 07/3368, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 9 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 3 december 2008 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 3 december 2008 heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2009, waar appellante is verschenen en het Uwv - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 3 december 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij de brief van de Raad van 22 september 2008 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht niet op 20 oktober 2008 maar eerst op 22 oktober 2008 is bijgeschreven op de rekening van de Raad.
Appellante heeft in verzet aangevoerd zij van 22 augustus 2008 tot en met 25 september 2008 in het buitenland heeft verbleven en dat zij na terugkeer niet in de gelegenheid was tijdig de binnengekomen correspondentie af te handelen. Verder heeft zij aangevoerd dat door een computerstoring bij haar bank de betalingsopdracht niet tijdig kon worden uitgevoerd.
De Raad ziet hierin geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Als appellante de brief van de Raad van 22 september 2008 kort na haar terugkeer uit het buitenland had geopend en vervolgens tot betaling was overgegaan, had zij het verschuldigde griffierecht zonder problemen tijdig kunnen betalen.
Het voorgaande betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M.B. de Gooijer.
BvW