ECLI:NL:CRVB:2009:BH6209
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding griffierecht in hoger beroep UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante maakte hiertegen verzet wegens verblijf in het buitenland en een computerstoring bij haar bank.
De Raad oordeelde dat de betaling pas twee dagen na de uiterste termijn was bijgeschreven en dat appellante redelijkerwijs in verzuim was. Het verblijf in het buitenland en de computerstoring werden niet als verschoonbare omstandigheden erkend, omdat appellante de correspondentie kort na terugkeer had kunnen openen en betalen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 9 maart 2009.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het griffierecht.