ECLI:NL:CRVB:2009:BH6220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering en motiveringsgebrek bij geschiktheid functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, omdat zij meende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar beperkingen en de geschiktheid voor bepaalde functies onvoldoende had gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit dat eveneens werd bestreden in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het UWV bevoegd was tot herbeoordeling op grond van artikel 23 van Pro de WAO en dat de medische beperkingen voldoende waren vastgesteld, behalve voor de functie van archiefmedewerker/medewerker bibliotheek. Hier was onvoldoende onderbouwd dat de industriële stof waaraan in deze functie wordt blootgesteld, geen belemmering vormt voor appellante, die allergisch is voor huisstof en tevens COPD heeft.
Dit motiveringsgebrek leidde tot twijfel over de geschiktheid voor deze functie, waardoor onvoldoende functies resteren om de intrekking van de uitkering te rechtvaardigen. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de geschiktheid voor de functie archiefmedewerker/medewerker bibliotheek.