ECLI:NL:CRVB:2009:BH6252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens onverschoonbare termijnoverschrijding tegen terugbetalingsbesluit IB-Groep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een terugbetalingsbesluit van de IB-Groep, waarbij hij een schuld van €14.609,58 vanaf 1 januari 2006 met maandelijkse termijnen moest terugbetalen. De IB-Groep verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit en oordeelde dat het beroepschrift te laat was ingediend en dat appellant geen verschoonbare redenen had aangevoerd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het besluit niet per aangetekende post was verzonden en dat de IB-Groep moest aantonen wanneer het besluit was verzonden. Tevens stelde hij dat postbezorging vaak fout gaat en dat hij het besluit pas op 29 oktober 2006 ontving. De Raad overwoog dat het besluit op 29 augustus 2006 was verzonden en dat de beroepstermijn van zes weken daarop was gestart. Het beroepschrift was pas op 16 november 2006 ontvangen, wat te laat was.
De Raad wees het beroep af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Volgens vaste rechtspraak geldt dat een beroepschrift binnen twee weken na kennisname moet worden ingediend om verschoonbaarheid aan te nemen. Appellant had dit niet gedaan. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.