ECLI:NL:CRVB:2009:BH6366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over doventolkuren wegens onbillijkheid
Appellante, volledig doof en werkzaam als teamleider bij een organisatie voor auditief gehandicapten, had een aanvraag ingediend voor een additionele voorziening van elf doventolkuren per week om haar functie goed te kunnen vervullen. Het UWV kende haar standaard vijf uur per week toe (15% van werktijd) en wees de extra aanvraag af omdat de functie voor haar niet passend zou zijn, gezien het hoge percentage communicatie met horenden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat dit ongerechtvaardigd onderscheid op grond van handicap betrof en dat het UWV-beleid onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 35, lid 4 WIA en artikel 7 Re Proïntegratiebesluit een maximale vergoeding van 15% doventolkuren toestaan, maar dat het UWV in incidentele gevallen mag afwijken wegens onbillijkheid van overwegende aard.
De Raad vond dat de functie van appellante niet passend was volgens het beleid, maar erkende dat de weigering van extra uren in haar situatie onbillijk was. Daarom vernietigde de Raad het besluit en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening gehouden moet worden met mogelijke functiewijzigingen en kostenverdeling met de werkgever.
De Raad veroordeelde het UWV tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om extra doventolkuren te weigeren wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met onbillijkheid.