ECLI:NL:CRVB:2009:BH6374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag bij langdurig verblijf in buitenland voor ontwikkelingswerk
Appellanten, beiden werkzaam als ontwikkelingswerkers in Zuid-Afrika en Ethiopië, vorderden kinderbijslag ondanks hun langdurige verblijf in het buitenland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had de kinderbijslag stopgezet omdat appellanten niet langer als ingezetenen van Nederland werden beschouwd en daardoor niet verzekerd waren onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Amsterdam had de besluiten van de Svb bevestigd. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij werkzaamheden in het algemeen belang verrichtten en daarom op grond van artikel 7b, vierde lid, van de AKW en het Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen aanspraak zouden maken op kinderbijslag. Tevens werd een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere informatie van de Svb.
De Raad oordeelde dat appellanten niet verzekerd zijn voor de AKW en dat artikel 7b, vierde lid, geen uitzondering biedt voor ontwikkelingswerkers. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de verstrekte informatie algemeen van aard was en er geen concrete toezeggingen waren gedaan. Ook het eerdere onjuist betaalde kwartaal kinderbijslag aan appellant 1 werd niet teruggevorderd, waarmee het rechtszekerheidsbeginsel was gewaarborgd.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank en wees het beroep van appellanten af. De besluiten van de Svb om geen kinderbijslag toe te kennen aan appellanten vanwege hun langdurig verblijf in het buitenland werden daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen recht op kinderbijslag hebben vanwege het ontbreken van verzekering onder de AKW bij langdurig verblijf in het buitenland.