ECLI:NL:CRVB:2009:BH6400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens niet-ontvangen opschortingsbesluit
Appellant ontving sinds 19 mei 2003 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot op 11 mei 2006 het recht op bijstand op te schorten omdat appellant niet was verschenen op een afspraak. Vervolgens trok het College de bijstand per 10 mei 2006 in wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen binnen de gestelde termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij aannam dat het opschortingsbesluit van 11 mei 2006 was heroverwogen. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat dit niet het geval was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het College niet aannemelijk had gemaakt dat het opschortingsbesluit daadwerkelijk aan appellant was verzonden of ontvangen.
Omdat appellant ontkende het besluit eerder te hebben ontvangen en er geen bewijs was van ontvangst, mocht het College de bijstand niet intrekken op basis van het verzuim om binnen zeven dagen te reageren. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 30 oktober 2006 en herroept het besluit van 24 mei 2006. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten en in de vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens het niet aantonen van ontvangst van het opschortingsbesluit.