ECLI:NL:CRVB:2009:BH6405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en vermogen
Appellant ontving bijstand vanaf 2002, eerst op grond van de Abw en vanaf 2004 op grond van de WWB. Na een signaal van de Belastingdienst over niet gemelde bankrekeningen startte het College een onderzoek, leidend tot een besluit van 13 maart 2006 waarin bijstand werd herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten en vermogen, waaronder een auto en een levensverzekering.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant zich gemotiveerd op tegen de uitspraak, maar de Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel dat betrekking had op de levensverzekering vanwege het ontbreken van tijdig bezwaar.
De Raad oordeelde dat de auto op naam van appellant als vermogen moest worden gerekend en dat het College terecht de bijstand over die periode introk en terugvorderde. Ten aanzien van de niet gemelde inkomsten uit kasstortingen oordeelde de Raad dat deze als inkomsten moesten worden beschouwd, maar dat de rechtbank ten onrechte de inkomsten over meerdere maanden middelde. Daarom vernietigde de Raad het bestreden vonnis en het besluit van 26 oktober 2006 voor zover het de herziening en terugvordering van bijstand over de betreffende periodes betreft en beval het College een nieuw besluit te nemen. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor deel, vernietiging van het besluit en opdragen nieuw besluit te nemen.