ECLI:NL:CRVB:2009:BH6411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding niet aangetoond
Appellant werd geconfronteerd met een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage waarin de bijstand van een derde persoon werd ingetrokken wegens het verzwegen van een gezamenlijke huishouding. Het College vorderde de onterecht verstrekte bijstand mede terug van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de rechtbank in strijd met de Awb geen dictum had opgenomen, maar zag geen noodzaak tot terugwijzing. De Raad beoordeelde zelf het beroep en oordeelde dat appellant en de derde persoon weliswaar in dezelfde woning verbleven, maar dat er onvoldoende bewijs was dat zij een gezamenlijke huishouding voerden met een bijzondere mate van zorg ten opzichte van elkaar die niet ook aan een andere huisgenoot werd gegeven.
Hierdoor kon niet worden aangenomen dat appellant als persoon met wiens middelen rekening moest worden gehouden, kon worden aangemerkt. Het besluit van het College werd daarom vernietigd en herroepen wegens onrechtmatigheid. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en gemaakte bezwaar- en beroepskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en herroepen.