ECLI:NL:CRVB:2009:BH6431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en herziening AOW- en Anw-uitkeringen wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1980 een pensioen op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet, later omgezet in een Anw-uitkering en vervolgens een AOW-uitkering voor een ongehuwde. Naar aanleiding van een tip stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende pensioenen.
Uit verklaringen van appellante, betrokkene en buurtbewoners bleek dat zij sinds 1996 een gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden, waardoor onverschuldigd uitkeringen waren verstrekt. De Svb verlaagde en herzag de uitkeringen en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad vond de verklaringen voldoende betrouwbaar en zag geen aanleiding om de periode van gezamenlijke huishouding te splitsen. Ook het feit dat appellante de situatie niet als samenwoning beschouwde deed hieraan niet af. De Raad bevestigde dat de terugvordering en herziening terecht zijn en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering en herziening van de AOW- en Anw-uitkeringen worden bevestigd.