ECLI:NL:CRVB:2009:BH6434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens opleidingsniveau en medische beperkingen
Betrokkene, die sinds een bedrijfsongeval in 1999 arbeidsongeschikt is, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35%. Medisch onderzoek door verzekeringsarts Grubben en bezwaarverzekeringsarts Tjen stelde beperkingen vast aan de rechter enkel en schouder, maar geen urenbeperking voor passend werk.
Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat zij niet voldeed aan het vereiste opleidingsniveau, met name vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, en betwistte de geschatte functies als niet passend. Het UWV stelde dat het opleidingsniveau 2, dat lezen, schrijven en rekenen op eind-basisschoolniveau vereist, passend is, mede gezien de mondelinge instructies in de functies.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat het opleidingsniveau 2 terecht was vastgesteld, waarbij het lezen en schrijven op een zeer basaal niveau volstaat voor de functies. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waardoor de weigering van de WIA-uitkering stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering door het UWV blijft in stand.