ECLI:NL:CRVB:2009:BH6489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf december 2002 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek in mei 2005 bleek dat zij meer inkomsten hadden genoten dan was opgegeven, wat leidde tot herziening en intrekking van de bijstand vanaf 1 mei 2005. Tijdens de bezwaarprocedure verzocht het College appellanten om bankafschriften van twee niet eerder opgegeven rekeningen, maar appellanten voldeden hier niet aan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat het College geen zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat zij wel voldoende gegevens hadden verstrekt. De Raad oordeelde dat de bankafschriften essentieel waren om het recht op bijstand te beoordelen en dat het niet overleggen hiervan een schending van de inlichtingenverplichting betekende.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54 lid 3 WWB Pro en dat het College zorgvuldig had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van bankafschriften en schending van de inlichtingenverplichting.