ECLI:NL:CRVB:2009:BH7054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over afbouw toeslag UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het UWV van 25 januari 2002, waarin werd meegedeeld dat de toeslag per 1 januari 2002 nog slechts eenderde van het oorspronkelijke bedrag zou bedragen. Deze brief verwees naar een eerder besluit van 28 november 2000 waarin de afbouw van de toeslag over drie jaar was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat de brief niet als een zelfstandig besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro kon worden aangemerkt. Het rechtsgevolg was volgens de rechtbank reeds in het eerdere besluit van 28 november 2000 gelegd.
In hoger beroep heeft appellant verzocht het bestreden besluit te heroverwegen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief inderdaad geen zelfstandig besluit is en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen nieuwe feiten of argumenten die tot een ander oordeel leiden.
De Raad wijst ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af, omdat daartoe geen aanleiding bestaat. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 12 maart 2009.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van het UWV wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.