ECLI:NL:CRVB:2009:BH7056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van ANW-uitkering wegens schending mededelingsplicht
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) was vastgesteld op basis van door haar verstrekte inkomensgegevens. De Svb stelde later vast dat zij te veel uitkering had ontvangen vanwege niet gemelde wijzigingen in haar invaliditeitspensioen. De Svb besloot tot herziening en terugvordering van meer dan € 7.000 over een periode van ongeveer vijf jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellante inderdaad haar mededelingsplicht had geschonden door niet alle wijzigingen in haar inkomsten te melden. Tegelijkertijd was de Svb zelf nalatig geweest door jarenlang geen actie te ondernemen ondanks kennis van de inkomenssituatie van appellante.
De Raad oordeelde dat het beleid van de Svb om herzieningen met terugwerkende kracht te beperken in acht genomen moest worden, vooral gezien het ingrijpende karakter van een terugvordering over een lange periode en het ontbreken van onderzoek naar bijzondere omstandigheden. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en beval een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij deze factoren worden meegewogen.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij herzieningen van sociale zekerheidsuitkeringen en de toepassing van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank dient een nieuwe zorgvuldige beslissing te nemen.