ECLI:NL:CRVB:2009:BH7060

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5627 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbKB 632Algemene ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door verblijf in buitenland

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een korting van 30% op haar AOW-pensioen omdat zij circa 15 jaar niet verzekerd was vanwege verblijf in Suriname. Zij stelde dat zij haar hele leven binnen het Koninkrijk der Nederlanden woonde en verwees naar het Besluit gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk (KB 632).

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat KB 632 alleen ziet op perioden vóór 1 januari 1957 en niet op de periode waarin appellante in Suriname verbleef. De korting volgt uit de systematiek van de AOW, die alleen rekening houdt met verzekeringsjaren als ingezetene van Nederland tussen 15 en 65 jaar.

De Raad benadrukt dat het niet aan de rechter is om het maatschappelijke probleem van lagere pensioenen door verblijf in het buitenland op te lossen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro wordt afgewezen.

Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door verblijf in het buitenland wordt bevestigd.

Uitspraak

06/5627 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 16 augustus 2006, 05/6813 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 12 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 27 oktober 2005 heeft de Svb aan appellante een pensioen in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW) toegekend, ingaande april 2006. Dit pensioen is gekort met 30%, omdat appellante (afgerond) 15 jaar niet verzekerd is geweest. Deze jaren (van 1 januari 1957 tot en met 30 juli 1972) was appellante woonachtig in Suriname.
1.2. In bezwaar benadrukt appellante dat zij haar hele leven woonachtig is geweest in het Koninkrijk der Nederlanden en dat zij altijd de Nederlandse nationaliteit heeft gehad. Verder doet zij een beroep op het Besluit gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk (KB 632).
1.3. In het besluit op bezwaar van 8 november 2005 heeft de Svb het bezwaar ongegrond verklaard.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante in essentie haar grieven herhaald en heeft daaraan nog toegevoegd dat het ABP de jaren die appellante bij de Surinaamse overheid werkzaam is geweest, dubbel heeft meegeteld bij de vaststelling van de hoogte van haar pensioen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De onderwerpen die appellante aan de orde stelt zijn grotendeels reeds besproken in de uitspraak van de Raad van 17 juli 2008 (LJN BD8822). De Raad verwijst hier naar die uitspraak en voegt daaraan nog het volgende toe.
4.2. KB 632 ziet slechts op de mogelijkheid periodes voorafgaande aan 1 januari 1957 te betrekken bij de vaststelling van de hoogte van het pensioen. Er kan derhalve niet gesproken worden van een andere uitleg ten aanzien van het begrip ‘wonen in Nederland’ voor de periode daarna, nu dit KB daar geen betrekking op heeft.
4.3. Appellante heeft terecht opgemerkt dat zij een lager AOW-pensioen ontvangt doordat de jaren waarin zij in Suriname woonachtig was niet worden betrokken bij de vaststelling van de hoogte daarvan. De Raad kan slechts vaststellen dat dit voor iedereen geldt die tussen de 15e en 65ste verjaardag ingezetene van Nederland wordt. Het is niet aan de rechter dit mogelijk maatschappelijke probleem op te lossen, nu het rechtstreeks voortvloeit uit de systematiek van de AOW, namelijk het opbouwstelsel daarvan.
5. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
6. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R. Roeland als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2009.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) R. Roeland.
IJ