ECLI:NL:CRVB:2009:BH7076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens detentie met behoud rechtsgevolgen
Appellante ontving een WAZ-uitkering die werd ingetrokken vanwege haar detentie vanaf 24 mei 2006. Het UWV baseerde de intrekking onterecht op artikel 43 van Pro de WAO, terwijl de juiste grondslag artikel 19, vierde lid, van de WAZ is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het bestreden besluit vanwege de verkeerde wettelijke grondslag.
De Raad overweegt dat onder 'rechtens zijn vrijheid ontnomen' ook voorlopige hechtenis valt, ongeacht het ontbreken van een onherroepelijke veroordeling. Appellante's bezwaar dat haar vrijheidsbeneming niet rechtens was, wordt verworpen, mede omdat zij een schadevergoeding wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis heeft gekregen.
Hoewel het besluit wordt vernietigd, laat de Raad de rechtsgevolgen ervan in stand. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.