ECLI:NL:CRVB:2004:AP4680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluiten WAO/WAJONG-uitkeringen wegens strijd met eigendomsrecht en discriminatie
De zaak betreft het hoger beroep tegen intrekkings- en weigeringbesluiten van WAO- en WAJONG-uitkeringen aan zeven betrokkenen die gedetineerd waren of in voorlopige hechtenis verbleven. De besluiten zijn genomen op grond van de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg), die bepaalt dat uitkeringen worden ingetrokken of geweigerd indien aan de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
De Raad toetst of deze besluiten in overeenstemming zijn met nationale wetgeving, internationale verdragen zoals het Europees Sociaal Handvest, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Raad oordeelt dat voorlopige hechtenis en detentie in afwachting van TBS onder het begrip 'rechtens zijn vrijheid ontnomen' vallen, maar dat bij ontslag van alle rechtsvervolging en verblijf in afwachting van TBS de Wsg niet onverkort mag worden toegepast.
Verder wordt geoordeeld dat het onderscheid in de Wsg tussen gedetineerde en niet-gedetineerde uitkeringsgerechtigden niet in strijd is met artikel 14 EVRM Pro, mits een uitzondering wordt gemaakt voor TBS na ontslag van alle rechtsvervolging. De Raad stelt vast dat de intrekking van uitkeringen aan betrokkenen die op 1 mei 2000 al gedetineerd waren en een uitkering ontvingen, in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM wegens onvoldoende overgangstermijn en compensatie. De intrekkingsbesluiten worden daarom vernietigd en het Uwv wordt verzocht nieuwe besluiten te nemen. De intrekkingsbesluiten in de zaken van betrokkene 3 en 7 worden bevestigd.
Uitkomst: De intrekkingsbesluiten van vijf betrokkenen worden vernietigd wegens strijd met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel; twee besluiten worden bevestigd.