ECLI:NL:CRVB:2009:BH7079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken nauwe exclusieve opvoedingsrelatie op peildatum
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van kinderbijslag voor zijn drie kinderen over het tweede kwartaal van 1996. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had de kinderbijslag geweigerd omdat de kinderen op de peildatum 1 april 1996 niet als pleegkinderen konden worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant de kinderen als pleegkinderen had opgevoed, wat volgens artikel 7 van Pro de Algemene kinderbijslagwet (AKW) vereist is voor recht op kinderbijslag. De Raad oordeelde dat appellant de kinderen weliswaar heeft onderhouden, maar dat er geen sprake was van een nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie op de peildatum. Dit was mede gebaseerd op het feit dat de kinderen in Pakistan verbleven en appellant slechts sporadisch aanwezig was.
Verder werd geoordeeld dat de Svb niet verplicht was een nieuwe hoorzitting te houden, aangezien appellant en zijn gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gehad om hun standpunten kenbaar te maken. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het oordeel was dat appellant op de peildatum niet de ouderlijke rol had vervuld die nodig is om de kinderen als pleegkinderen te kwalificeren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag over het tweede kwartaal van 1996 wordt bevestigd.