Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH7270

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/4745 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig ingediend hogerberoepschrift in WWB-zaken

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere beslissing van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. Appellant voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij in het gelijk was gesteld en dat zijn gemachtigde hem niet had geïnformeerd over het tegendeel.

De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak fouten of nalatigheden van een gemachtigde in beginsel aan de cliënt worden toegerekend. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar was. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.

De rechtbank had eerder het beroep van appellant gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de Raad handhaafde de niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten van het verzet.

De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 maart 2009, waarbij appellant aanwezig was en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maarssen niet was verschenen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Uitspraak

07/4745 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 november 2006, 06/1721, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maarssen (hierna: College)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 21 oktober 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. E.J. Bakker, advocaat te Utrecht, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat te Utrecht, namens appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Mauritz. Het College is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 21 oktober 2008 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Tussen partijen is niet in geschil, en ook voor de Raad staat vast, dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Namens appellant is in verzet aangevoerd dat appellant in de veronderstelling verkeerde dat hij in het gelijk was gesteld en dat zijn toenmalige gemachtigde heeft nagelaten hem erop te wijzen dat dit anders was. Toen op de uitkering van appellant - toch - inhoudingen bleken plaats te vinden, heeft hij zich tot de toenmalige gemachtigde gewend, waarna deze alsnog hoger beroep heeft ingesteld.
Volgens vaste rechtspraak worden fouten of nalatigheden van een gemachtigde in beginsel toegerekend aan degene die de gemachtigde heeft gevraagd zijn of haar belangen te behartigen. Daarom kan niet worden gezegd dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn (voor appellant) verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M.B. de Gooijer.
BvW