ECLI:NL:CRVB:2009:BH7329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 19 december 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische advisering en het arbeidskundig onderzoek een adequate basis vormden voor de schatting van de arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde appellante dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was omdat er onvoldoende rekening was gehouden met haar slaapproblemen, medicatiegebruik en therapietijd, waardoor zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden zou hebben. De Raad overwoog dat de FML van 11 augustus 2005 juist was vastgesteld en dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies binnen de grenzen van de FML bleven.
De Raad hechtte zwaar aan de medische rapportages, waaronder die van de psychiater en de bezwaarverzekeringsarts, en concludeerde dat appellante in staat is de aan die functies verbonden werkzaamheden te verrichten. De aanvullende informatie van de behandelend psychotherapeut bood onvoldoende grond om het oordeel over de beperkingen te herzien. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de FML juist is vastgesteld en appellante duurzaam benutbare mogelijkheden heeft.