ECLI:NL:CRVB:2009:BH7526
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Volledige mindering van brutolijfrente op periodieke uitkering volgens Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, geboren in 1936 en als vervolgingsslachtoffer erkend, ontving een periodieke uitkering op basis van zijn vroegere inkomen. In 2007 werd deze uitkering aangepast vanwege een maandelijkse lijfrente-uitkering die appellant ontving uit een eenmalige kapitaalstorting van een ontslaguitkering.
Verweerster bracht het volledige brutobedrag van deze lijfrente in mindering op de periodieke uitkering, wat appellant betwistte. Hij stelde dat slechts een gedeeltelijke mindering terecht was, verwijzend naar een andere gehanteerde systematiek waarbij alleen de inlegperiode voor de toekenning van de uitkering in aanmerking wordt genomen.
De Raad oordeelde dat appellant een eenmalige kapitaalstorting had gedaan vóór de toekenning van de periodieke uitkering en dat de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers onverkort voorschrijft dat alle lijfrente-uitkeringen als overige inkomsten volledig in mindering worden gebracht. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en informatie uit het bulletin "Aanspraak" werd verworpen omdat deze niet op zijn specifieke situatie waren toegespitst.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de volledige brutolijfrente wordt in mindering gebracht op de periodieke uitkering.