ECLI:NL:CRVB:2009:BH7536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1907 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 17 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers

Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende besluiten op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

De Raad heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening alleen openstaat bij het aantonen van nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De nadere verklaring van de huisarts, waarop verzoekster haar verzoek baseerde, betreft slechts een toelichting op eerder reeds bekende informatie.

Deze nadere toelichting wordt niet aangemerkt als een nieuw feit of omstandigheid, maar als een poging om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2009, waarbij de voorzitter en leden het verzoek unaniem hebben afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat de ingediende nadere toelichting geen nieuw feit of omstandigheid vormt.

Uitspraak

08/1907 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoekster] (hierna: verzoekster)
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 februari 2008, nr. 06/5616 WUV + 06/5773 WUV, in de gedingen tussen:
verzoekster
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak:12 maart 2009
I PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend van de uitspraak van 14 februari 2008, nr. 06/5616 WUV + 06/5773 WUV, op haar beroepen tegen de onder dagtekening 17 augustus 2006, kenmerk JZ/Z70/2006, en 24 augustus 2006, kenmerk JZ/U60/2006, door verweerster te haren aanzien genomen besluiten ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2009. Namens verzoekster is daar verschenen haar echtgenoot E. Uringa als gemachtigde, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad alleen, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener vóór de uitspraak niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
Verzoekster heeft haar verzoek om herziening gebaseerd op een nadere verklaring van haar huisarts van 12 maart 2008, inhoudende een korte nadere toelichting in aansluiting op hetgeen van die zijde al eerder was verklaard en bij de eerdere procedure is betrokken. Een zodanige nadere toelichting is niet aan te merken als een feit of omstandigheid in vorenbedoelde zin, doch geeft slechts aan dat verzoekster heeft beoogd om een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren.
Dit betekent dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) I. Mos.
HD