ECLI:NL:CRVB:2009:BH7538
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken separate aanvraag verhoging vergoeding huishoudelijke hulp
Appellante, een vervolgde en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking van 31 januari 2005 inzake de vergoeding voor huishoudelijke hulp. Zij stelde dat de vergoeding onjuist was vastgesteld en dat zij een verhoging van het uurbedrag had aangevraagd.
Verweerster, de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, stelde dat de passage in de brief van 11 februari 2005 niet kon worden aangemerkt als een aparte aanvraag tot verhoging van het uurbedrag, maar slechts als een bezwaar tegen de berekeningsbeschikking waarop reeds was beslist bij een besluit van 16 september 2006.
De Raad oordeelde dat uit de brief niet redelijkerwijs kon worden afgeleid dat een aparte aanvraag was ingediend. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet ging om een nieuw besluit waartegen beroep kon worden ingesteld. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af omdat geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aparte aanvraag tot verhoging van het uurbedrag is ingediend.