Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH7632

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4531 WAO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 5 AwbArt. 8:54 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellant stelde verzet in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Raad van 22 mei 2008, wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van twaalf weken was bijgeschreven of gestort, en dat appellant redelijkerwijs niet als niet-verzuimend kon worden beschouwd.

Appellant voerde aan dat hij reeds griffierecht had betaald bij de rechtbank, maar de Raad stelde dat voor het hoger beroep een afzonderlijk griffierecht verschuldigd is. Dit argument werd verworpen.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om appellant in de kosten van het verzet te veroordelen. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons op 16 maart 2009.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

07/4531 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2007, 06/3099, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 22 mei 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 22 mei 2008 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 februari 2009, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 22 mei 2008 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij de brief van 25 januari 2008 - nader - gestelde termijn van twaalf weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij reeds griffierecht heeft betaald bij de rechtbank. Daarmee ziet appellant er echter aan voorbij dat voor de behandeling van het hoger beroep eveneens, en afzonderlijk, griffierecht is verschuldigd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.B. de Gooijer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M.B. de Gooijer.
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de M.B. de Gooijer en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, 16 mars 2009.