ECLI:NL:CRVB:2009:BH7715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Th.C. van Sloten
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant en zijn echtgenote exploiteerden een vervoersbedrijf dat failliet ging, waarna de bedrijfsactiviteiten werden voortgezet door hun zoon onder een nieuwe naam. Appellant ontving vanaf juni 2004 een aanvullende bijstandsuitkering. Naar aanleiding van vermoedens dat appellant en zijn echtgenote werkzaamheden verrichtten, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Hieruit bleek dat de echtgenote sinds januari 2005 als algemeen directeur bij de Kamer van Koophandel was ingeschreven en dat appellant gebruik maakte van zakelijke auto's van het vervoersbedrijf.
Appellant had dit niet gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Rijswijk, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College trok daarom de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het niet nakomen van de inlichtingenverplichting een geldige grond is voor intrekking van bijstand indien het recht daarop niet kan worden vastgesteld. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en het beleid is niet onredelijk. Appellant heeft geen objectieve gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hij bij correcte melding recht op bijstand zou hebben gehad. De intrekking en terugvordering zijn daarom terecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van kosten worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.