ECLI:NL:CRVB:2009:BH7735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Th.C. van Sloten
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellant ontving bijstand vanaf 1996 en stond sinds 1 april 2001 ingeschreven op een bepaald adres. Het College vermoedde dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde en startte een onderzoek. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, huisbezoeken, het horen van appellant en getuigen, en leidde tot het besluit om de bijstand over de periode van april 2001 tot januari 2005 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat appellant onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn woonadres, wat essentieel is voor de rechtmatigheid van de bijstand. Diverse feiten, zoals een niet bewoonde kamer, geantedateerde documenten, verklaringen van medebewoners en het gebruik van meerdere adressen, ondersteunden dit oordeel.
Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en volgens redelijk beleid. Er waren geen bijzondere omstandigheden om af te wijken van de beleidsregels. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd wegens onjuiste en onvolledige woonadresinformatie.