ECLI:NL:CRVB:2009:BH7761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- P.J. Jansen
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en WAZ-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het UWV zijn klachten en beperkingen onjuist had vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat hij niet 40 uur per week, maar maximaal 28 uur kon werken. Tevens betwistte hij het maatmaninkomen dat door het UWV was vastgesteld.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank in het oordeel dat de onafhankelijke deskundige Graveland juist had vastgesteld dat appellant medisch in staat was tot de geselecteerde functies. De door appellant overgelegde medische rapportages boden onvoldoende aanleiding om hiervan af te wijken.
Ook de stelling dat de WSW-indicatie tot meer beperkingen zou leiden, werd verworpen omdat deze indicatie na de beoordelingsdatum was gegeven en andere regelgeving betreft. Het maatmaninkomen werd vastgesteld op € 6,87 bruto per uur, conform de fiscale nettowinst van de afgelopen jaren, en niet op het minimumloon zoals appellant betoogde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het beroep van appellant af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WAO- en WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.