ECLI:NL:CRVB:2009:BK0235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep tegen het eerste besluit gegrond verklaard, maar het beroep tegen het latere bestreden besluit ongegrond verklaard, mede op basis van een medisch rapport van een onafhankelijke psychiater en een arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over haar beperkingen en onjuiste functieduiding, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank en de onafhankelijke deskundige dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies geschikt waren.
De Raad oordeelde dat de door appellante overgelegde rapportage onvoldoende was om het oordeel te wijzigen en dat de WSW-indicatie geen directe invloed heeft op de WAO-uitkering.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde geen partij in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.