ECLI:NL:CRVB:2009:BH7784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Toekenning en terugvordering WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent
Appellante, sinds 1991 WAO-uitkeringsgerechtigde wegens nek- en schouderklachten, meldde zich in maart 2002 ziek vanwege toegenomen klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering per 4 augustus 2002 werd ingetrokken. Na bezwaar werd dit besluit herroepen en bleef de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name een depressieve stoornis die volgens haar al op de datum in geding aanwezig was. De Raad oordeelde echter dat de medische rapporten van psychiaters geen betrekking hadden op de datum 4 augustus 2002 en dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd.
Ook de arbeidskundige onderbouwing werd in hoger beroep beoordeeld als voldoende, mede dankzij aanvullende toelichting tijdens de procedure. Het verzoek om een verzekeringsarts als getuige te horen werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs en bevoegdheid.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten, maar bepaalde dat deze rechtsgevolgen ongewijzigd blijven. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vaststelling van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid en handhaaft het terugvorderingsbesluit van het UWV.