ECLI:NL:CRVB:2009:BH8274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering functies en herstel onderzoek
Appellant betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd verlaagd van 45-55% naar 35-45%. Hij voerde aan dat zijn medische beperkingen, met name rugklachten, onvoldoende in acht waren genomen en dat het medisch onderzoek niet door een geregistreerd verzekeringsarts was uitgevoerd.
De Raad overwoog dat het primaire onderzoek inderdaad door een niet-geregistreerde arts was verricht, maar dat dit gebrek in de bezwaarfase was hersteld door een geregistreerde verzekeringsarts die het oordeel bevestigde zonder een nieuw lichamelijk onderzoek noodzakelijk te achten. De Raad vond het medische onderzoek en de beoordeling zorgvuldig en consistent met eerdere bevindingen.
Echter, de Raad oordeelde dat de motivering van de geschiktheid van de aan appellant toegewezen functies pas in hoger beroep volledig was gegeven, waardoor het bestreden besluit niet in stand kon blijven. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven gehandhaafd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt het belang van een volledige motivering van functiegeschiktheid en een zorgvuldige medische beoordeling in de bezwaarfase.
Uitkomst: De Raad vernietigt het herzieningsbesluit en de uitspraak, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.