ECLI:NL:CRVB:2009:BH8469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische beperkingen bij rugklachten
Appellant, met langdurige rugklachten en een WAO-uitkering, meldde zich in 2006 ziek met vermeende toename van beperkingen. Verzekeringsartsen concludeerden echter dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen ten opzichte van de eerdere WAO-beoordeling uit 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep werd aangevoerd dat de medische beperkingen waren onderschat en verzocht om benoeming van een deskundige. De Raad nam alle medische informatie in overweging, waaronder rapporten van psychiater-psychotherapeut en medische beeldvorming, maar stelde vast dat deze geen betrekking hadden op de relevante data en onvoldoende aanleiding boden om het standpunt van de verzekeringsartsen te wijzigen.
De Raad oordeelde dat appellant geschikt was voor ten minste één van de functies die eerder waren vastgesteld in het kader van de WAO en dat de weigering van de Ziektewetuitkering terecht was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen grond voor benoeming van een deskundige of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.