ECLI:NL:CRVB:2009:BH8713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 1 november 2006
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uwv om zijn WAO-uitkering in te trekken per 18 mei 2006, later gewijzigd naar 1 november 2006, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging met klachten over hoofdpijn, duizeligheid, rugpijn, enkelproblemen en allergieën.
De Raad onderzocht medische rapporten, waaronder een verzekeringsartsrapport en een huisartsbrief, en constateerde een discrepantie tussen de geclaimde klachten en objectiveerbare bevindingen. Enkel- en allergieklachten werden erkend, maar andere klachten niet. De Raad vond geen aanleiding om de vastgestelde belastbaarheid te herzien en oordeelde dat appellant op de datum in geschil geschikt was voor de voorgestelde functies.
Verder werd erkend dat appellant vanaf 22 februari 2007 weer een volledige WAO-uitkering ontving op arbeidskundige gronden, maar dit had geen invloed op de beoordeling per 1 november 2006. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de uitkering per genoemde datum.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 1 november 2006 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.