ECLI:NL:CRVB:2009:BH8900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies bij WAO-uitkering
Appellante, afkomstig uit Ghana, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV het maatmaninkomen onjuist had vastgesteld en onvoldoende had gemotiveerd dat het opleidingsniveau van appellante vergelijkbaar was met het vereiste niveau.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de medische beperkingen van appellante zorgvuldig en juist zijn vastgesteld. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek naar haar psychische toestand. De Raad verwerpt ook de grief over de beheersing van de Nederlandse taal, aangezien appellante anderhalf jaar Nederlandse les heeft gevolgd en er voldoende functies zijn waarvoor minimale taalvaardigheid vereist is.
De Raad bevestigt het nieuwe besluit van het UWV waarin de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 25 tot 35%, gebaseerd op functies met een laag opleidingsniveau. Het beroep tegen dit besluit wordt ongegrond verklaard. Het UWV wordt erop gewezen de wettelijke rente over het na te betalen bedrag te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de beperkingen van appellante zijn juist vastgesteld.