ECLI:NL:CRVB:2009:BH8901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Th.C. van Sloten
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onbekend woonadres onvoldoende gemotiveerd
De familie B., bestaande uit ouders en minderjarige kinderen met de Bosnische nationaliteit, vroeg in 2006 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af omdat appellanten niet woonachtig zouden zijn op het adres waar zij bij de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) stonden ingeschreven, namelijk het adres van een opvangstichting.
Appellanten verbleven rechtmatig in Nederland op basis van een verblijfsvergunning onder de Generaal Pardon-regeling en ontvingen opvang en financiële ondersteuning van een stichting die hun woonadres niet bekend wilde maken vanwege privacy en risico op uitzetting. Het College vond dat zonder bekend woonadres het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en wees de aanvraag af.
De Raad oordeelde dat het enkele feit dat het woonadres niet bekend is, in deze omstandigheden onvoldoende is om bijstand te weigeren. De stichting verstrekte betrouwbare informatie over de woonsituatie en financiële nood, en appellanten boden aan aanvullende informatie te geven. Het College had geen gebruik gemaakt van dit aanbod. Daarom was het besluit van het College niet deugdelijk gemotiveerd en vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad verplichtte het College tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het College moet een nieuw besluit nemen omdat de afwijzing van bijstand wegens onbekend woonadres onvoldoende gemotiveerd was.