ECLI:NL:CRVB:2009:BH9161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij juiste medische beoordeling en passende functies
Appellante heeft zich ziek gemeld per 26 januari 2004 en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% vanaf 23 februari 2004. Het Uwv had dit besluit genomen na een bezwaarprocedure en een eerdere rechtbankuitspraak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen van appellante adequaat waren beoordeeld door de bezwaarverzekeringsarts Stammers, wiens rapportage werd onderschreven door een collega. De functionele beperkingen, waaronder urenbeperking en fysieke beperkingen door rugklachten en hormonale ontregeling, waren zorgvuldig vastgesteld.
Appellante leverde geen aanvullende medische informatie die het oordeel van de artsen zou ondermijnen. Ook was de selectie van passende functies voldoende gemotiveerd door de bezwaararbeidsdeskundige. De Raad concludeert dat het Uwv op juiste gronden de WAO-uitkering heeft toegekend en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bekrachtigd. De Raad ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% wordt bevestigd.